De jaren net na de Eerste Wereldoorlog waren voor de Belgische Staatsspoorwegen erg markant. Er was een enorm tekort aan inzetbaar materieel ingevolge de enorme vernielingsgolf tijdens de oorlogsjaren. België kreeg een belangrijke hoeveelheid Duitse locomotieven en wagons toegewezen als oorlogsschadevergoeding. Een paar jaar later, in 1926, werd de NMBS opgericht, met de uniformering van het materieel. Verouderde locomotieven en rijtuigen werden in grote getale geschrapt. Rond de jaren 1920 hadden de Belgische Staatsspoorwegen een heel diverse verzameling aan rollend materieel, gaande van het eigen vooroorlogs materieel tot de locomotieven en rijtuigen afkomstig van allerhande Duitse staten in originele uitvoering. Ook waren er hier en daar nog Engelse of Amerikaanse oologslocomotieven te vinden, die terug naar het thuisland dienden gestuurd te worden, maar die de verzameling van 1919 (zie foto) hadden gemist. Een paar types Amerikaanse oorlogslocomotieven werden wel door de Belgische Staatsspoorwegen aangekocht, en werden dus niet verscheept. Het Noordstation bleek gedurende het begin van de jaren 20 snel te klein voor de explosieve groei van het reizigersverkeer na de oorlog. Met oprichting van de NMBS werd meteen ook een significante uitbreiding van het Noordstation doorgevoerd. Model-technisch is het nabouwen van het sporenplan van 1920 haalbaarder dan het sporenplan van na de uitbreiding. De jaren '20 bleek een mooie, praktische en kleurrijke periode voor de uitbeelding en het nabouwen van het nu afgebroken kopstation van Brussel Noord. vervolg |
| Laatst aangepast op maandag, 14 juni 2010 12:52 |